Bureau Kett Paul Verstegen; journalist & tekstschrijver

31jul/12Off

‘Een goed verhaal laat zichzelf schrijven’

De Zeelandse roots van auteur Mireille van Hout

Opgegroeid op het platteland van het Brabantse dorpje Zeeland, maar via Madrid in Amsterdam beland, dat is het leven van Mireille van Hout. Nu woont de 42-jarige auteur in een herenhuis aan de grachtengordel van onze hoofdstad. Onlangs heeft ze haar tweede roman - Familiestuk - uitgebracht. Het verhaal speelt zich af tijdens de oorlogsjaren in haar geboortestreek. “Het liefst schrijf ik een verhaal dat mensen raakt.”

Mireille groeit op als oudste in een gezin van drie kinderen. In haar jeugd werd ze altijd omringd door familie. “Opa en oma waren onze buren”, vertelt ze. “Daarnaast woonden mijn ooms en tantes in de buurt. Je hoefde ons erf maar af te lopen om hen op te zoeken. Dat was heel gezellig.”
De familie Van Hout woont achteraf op het platteland, in een mooi gebied. “Ik heb een heel fijne tijd gehad op de lagere school. In mijn herinnering scheen ook altijd de zon. Toch is elke manier van opgroeien anders. Op de boerderij hadden wij veel ruimte, maar ik kon niet op straat spelen zoals de kinderen in het dorp. Daarom kon ik thuis niet stoepranden. Dat is een spel waarbij je een bal tegen de rand van de stoep gooit en daarna weer opvangt. Erg jammer vond ik dat.” Tijdens haar jeugd heeft ze onder meer aan turnen en ballet gedaan. “En elke zaterdag was ik bij Jong Nederland te vinden. In de zomer gingen we op kamp. Dat was erg leuk. Ik ken nog steeds het refrein van het lied tijdens mijn eerste kamp in De Rips.”

Zuidooster
Naar mate Mireille ouder wordt gaat ze meer op ontdekkingstocht. “Je wilt je wereld steeds verder verbreden. Dat was voor het eerst dat ik het onhandig vond dat wij zo achteraf woonden. Ik mocht 's avonds niet alleen fietsen, dus moest altijd gebracht en gehaald worden.” Ze gaat in Uden naar de middelbare school. “Om de tussenuren te overleven gingen we het centrum in. Daar zag ik de Zuidooster rijden, de busdienst naar Nijmegen. Dat trok mij heel erg.”
In die tijd was Zeeland een populaire uitgaansbestemming, het kreeg de bijnaam Las Vegas van Brabant. “Iedereen kwam naar ons dorp om te stappen. Een tijd lang heb ik bij de Kobus gewerkt. Zelfs tijdens mijn studententijd kwam ik elk weekend daarvoor terug omdat het leuk was om te doen. Ik weet nog dat ik een keer ging kamperen met vriendinnen in een plaatsje ergens aan de Maas, volgens mij was het Appeltern. Wij vroegen aan een paar lokale mensen of we ergens in de buurt konden stappen. 'Ja', zeiden ze, 'een eindje verderop, in Zeeland, is het goed uitgaan.' Dat is toch bizar en bijna niet meer voor te stellen?”

Latijns-Amerika
Na de middelbare school vertrekt Mireille naar Leiden voor de studie Latijns-Amerika talen en cultuur. “Ik had het boek Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel Garcia Marquez gelezen. Mijn doel was om het ook in de originele taal te lezen. Omdat de cultuur me ook wel interesseerde ben ik dat gaan doen. Ik bereikte mijn doel en leerde Spaans, maar zag mijn toekomst toch niet in Latijns-Amerika liggen. Daarom ben ik gestopt met mijn studie. Ik had een halfjaar voordat ik aan een nieuwe opleiding kon beginnen. Het leek me nuttig die tijd in te vullen door beter Spaans te leren spreken. Daarom ben ik naar Madrid gegaan om daar als au pair te werken. Wat is leuker dan op je twintigste een halfjaar in het buitenland te zitten? Zeker in die periode van je leven moet je je openstellen. De allerbeste manier om dingen zelf mee te maken.”

Amsterdam
Eenmaal terug in Nederland vestigt Mireille zich in Amsterdam. “Toch gek als je erover nadenkt, ik woon al meer dan de helft van mijn leven in deze stad.” Het is geen liefde op het eerste gezicht. De eerste jaren is ze ook nog veel in Madrid te vinden. “Maar langzaam maar zeker begon ik me toch te hechten aan Amsterdam.” Ondanks dat ze niets tekort is gekomen tijdens haar jeugd, wil Mireille nu niet meer in een dorp wonen. “In de stad gebeurt veel meer. Als je dan op straat bent is er altijd wel iets te doen. De mensen komen overal vandaan, waardoor je personen tegenkomt met verschillende achtergronden. Dat prikkelt ook weer.”
Volgens Mireille lijkt Amsterdam misschien groot voor buitenstaanders, maar is het eigenlijk een soort van dorp. “Hier in de buurt kennen wij heel veel mensen. De grachtengordel is echt prachtig. Je ziet veel kinderen in het centrum.”

Voorbij Mels
Mireille doet Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam. “Een erg algemene opleiding, daarmee kon ik alle kanten op. Het heeft even geduurd voordat ik wist wat ik wilde. Via allerlei banen ben ik uiteindelijk aan de slag gegaan als communicatie-adviseur. Dat heb ik lange tijd gedaan. Daarna volgde een periode als freelancer.
Intussen leert ze Martijn (41) kennen, met wie ze samen een gezin sticht. Ze hebben twee kinderen; Sieb (8) en Tibbe (6). Het echtpaar is vorig jaar in het huwelijksbootje getreden. “Daarmee hebben we bewust gewacht tot de kinderen oud genoeg waren, zodat ze het mee konden maken. Dat was heel bijzonder. Ze hebben het er nog vaak over.” De geboorte van hun eerste zoon is voor Mireille aanleiding om eindelijk in de pen te klimmen en een boek te schrijven, een wens die ze al langere tijd koestert. “Het kwam er alleen nooit van, maar het krijgen van een kind is een soort keerpunt, het zet de dingen op scherp. Ik dacht bij mezelf: 'als ik het nu niet doe krijg ik er later spijt van'. Daarom ben ik het gewoon gaan proberen. Dat is mijn eerste roman geworden, Voorbij Mels (2008).”

'Doorgeefluik'
Schrijven is een solitaire bezigheid. “Je sluit als het ware af van de realiteit. Daarom moet je het fijn vinden alleen te zijn. Zodra een boek verschijnt is het juist een omgekeerde wereld. Dan krijg je van iedereen aandacht en willen mensen van alles van je weten. Dat is niet waar ik het voor doe, maar het hoort er wel bij. Iedereen kan dan ook iets vinden van jouw werk. Af en toe is dat best spannend. Ik weet nog dat mijn eerste boek binnenkwam. Ik durfde er niet meteen in te kijken, veel te bang dat ik niet tevreden zou zijn.”
Goochelen met taal heeft Mireille altijd leuk gevonden. “Het liefst schrijf ik een verhaal dat mensen raakt. Zoiets kun je echter niet bedenken, het moet vanzelf komen. Het verhaal is al ergens, je moet je er alleen voor openstellen en dan komt het binnen. Als je het goed doet zit je in een flow, dan ben je een doorgeefluik. Een goed verhaal laat zichzelf schrijven. Als het gaat wringen moet het weg.”

Luxeproblemen
Voorbij Mels gaat over het jachtige leven in de stad, over een meisje van dertig met de luxeproblemen van deze tijd. “Bij die zogenaamde problemen hadden vrouwen vroeger hun vingers afgelikt. Daarover ben ik gaan praten met oudere mensen, onder meer met bekenden uit mijn oude omgeving in Zeeland. Als mijn grootmoeder vroeger een vliegtuig over zag komen zei ze altijd dat ze zoiets wel eens mee wilde maken. Zo is langzaam maar zeker het verhaal ontstaan voor mijn tweede roman Familiestuk. Dat is ook de reden dat het boek zich daar afspeelt.”
Het verhaal draait om een familie die in de Tweede Wereldoorlog naast Vliegbasis Volkel woont. Isolde Verwijst, kunstenares op leeftijd, vergeet liever wat er gebeurde in dat allesbepalende oorlogsjaar tijdens haar jeugd in het Brabantse dorp. Toch ontkomt ze niet aan de gevolgen. De hoofdrolspeelster opereert tijdens de Tweede Wereldoorlog in een grijs gebied. “Ik probeer me altijd voor te stellen wat ik in zo'n situatie zou doen. Je weet niet hoe je zelf precies reageert, eigenlijk ben je enkel bezig met overleven. Als buitenstaander moet je meeleven met de hoofdpersoon, ondanks dat ze misschien iets doet wat niet helemaal in de haak is. Dat is het thema van mijn vorige twee romans en tevens van de volgende.”

Inleven
Voor Familiestuk heeft Mireille veel onderzoek gedaan. “Een oorlog is niet te vergelijken met het alledaagse leven. In die tijd heerste er een grote naïviteit. Sommigen wisten niet eens hoe ze zwanger konden worden, seks was taboe. Jonge meisjes mochten niet eens kijken bij een koe die kalft. Om mezelf in te leven heb ik onder andere veel Rookelijzers (maandblad in Zeeland, red.) doorgespit. Ik kwam prachtige verhalen tegen. Bijvoorbeeld een interview met een man die vertelde over zijn basisschooltijd. Hij had een juffrouw met grote borsten, maar wist niet precies wat dat was. Hij dacht dat dat de plek was waar zij haar boterhammen bewaarde.”
Naast de Rookelijzers heeft ze gepraat met ervaringsdeskundige en is regelmatig op bezoek geweest in de Traditiekamer Typhoon op Vliegbasis Volkel. Dit is een permanente tentoonstelling over het ontstaan van de vliegbasis. Originele documenten, uniformen, militaire uitrusting, vliegtuigonderdelen en videomateriaal geven een goed beeld vanaf de aanleg in 1940 en het gebruik door de Duitse bezetter tot september 1944. “Daar heb ik echt heel veel informatie vandaan. De beheerder, Henk Talen, is een soort van wandelende encyclopedie. Het squadron dagjagers dat ik mijn boek gebruik heeft daar in die tijd echt gezeten. Zij beschermden het land tegen geallieerde invallen, echt ontzettend gevaarlijk werken. Ik kan het dan niet over mijn hart verkrijgen om ineens een squadron te verzinnen.”
De details zijn erg belangrijk voor Mireille. “Ik wilde een verhaal schrijven dat echt gebeurd had kunnen zijn. Als auteur wil je altijd dat het klopt, dan komt het meteen geloofwaardiger over. Ik heb zelfs opgezocht wat voor soort weer het toen was, ook al gaat niemand dat controleren.” Dit levert soms beperkingen op. “Maar dat zijn nu eenmaal de keuzes die je maakt. Ik schets een bepaalde achtergrond waar het verhaal zich afspeelt. Deze keer is dat op een boerderij tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is fascinerend als je bedenkt dat die regio in 1944 grotendeels is bevrijd. Maar omdat de militairen niet verder konden bij Arnhem zijn ze de hele winter in de omgeving gebleven. Ze overnachtten in de verschillende dorpen bij mensen thuis. Dat feit had ik graag in mijn boek gebruikt, maar paste verhaaltechnisch niet. Er zijn heel veel mooie verhalen uit die tijd.”

Filed under: Artikelen Comments Off
Comments (0) Trackbacks (0)

Sorry, the comment form is closed at this time.

No trackbacks yet.