Bureau Kett Paul Verstegen; journalist & tekstschrijver

9jun/12Off

‘In Zuid-Afrika kennen ze geen kinderfysiotherapie’

Reekse Janneke van Hees-Nooijen naar Kaapstad

REEK/KAAPSTAD - De Reekse Janneke van Hees-Nooijen (25) gaat de komende zomer samen met vijf studiegenoten van de opleiding kinderfysiotherapie in Breda naar Zuid-Afrika om promovendus Gillian Ferguson te helpen bij haar wetenschappelijk onderzoek. De studentes hebben een handboek geschreven met oefeningen voor kinderen met motorische coördinatieproblemen. In Kaapstad gaan de dames testen of hun methode werkt.

De groepsleden naast Janneke zijn Sandra van Dijk uit Nistelrode, Lieke Martens uit Oss, Roxanne Hens uit Breda, Hanneke van Opheusden uit Waalwijk en Barbara Land uit Drunen. Aan het begin van het derde jaar verdiepten vier van hen zich in mogelijke afstudeerprojecten. Daarbij hebben ze de stoute schoenen aangetrokken en stuurden ze een mailtje naar prof. dr. Bouwien Smits-Engelsman, die hoog aangeschreven staat op het gebied van kinderfysiotherapie. Zij kwam aanzetten met het project in Zuid-Afrika. Al snel bleek het te veel te zijn voor vier personen en zijn Janneke en Barbara erbij gevraagd. “Heel erg leuk”, vindt de Reekse. “Zeker omdat ik vier jaar geleden voor mijn stage in Kameroen ben geweest.”

Vijf domeinen
De afgelopen maanden hebben de zes dames hard gewerkt aan een handboek. “In Zuid-Afrika kennen ze geen kinderfysiotherapie”, legt Janneke uit. “Bouwien heeft ons de belangrijkste aandachtspunten gegeven. Aan de hand daarvan hebben wij oefeningen opgesteld. Het boek bestaat uit vijf domeinen. Elk domein is opgedeeld in vaardigheden die vervolgens weer zijn opgesplitst in deelvaardigheden. Neem bijvoorbeeld buitenspelen. Dat domein bestaat uit rennen, sprinten, huppelen en hinkelen. Die laatste houdt in: klaar staan, staan op één been, springen naar hetzelfde been. Elke vaardigheid heeft een bladzijde in het boek. Daarop staat de houding en wat de oefening inhoudt. Dit is geïllustreerd met foto's. Tevens zijn er diverse moeilijkheidsgraden aangegeven.”
Volgens Janneke is uit onderzoek gebleken dat mensen en kinderen uit een lagere sociaaleconomische klasse eerder kans hebben op fysieke problemen. “Dat is zeker in Zuid-Afrika het geval”, stelt zij. “Daarom onderzoeken wij kinderen met motorische coördinatieproblemen. We kijken daarbij naar kracht, conditie, lenigheid en motoriek.”

Trainen
De studentes gaan in de zomer met het conceptboek naar Zuid-Afrika. De eerste vier vertrekken half juli en blijven tot eind augustus. “Barbara en ik vertrekken half augustus en blijven tot eind september”, vertelt Janneke. “Wij nemen dan het stokje over.” De eerste twee weken brengen de fysiotherapeutes de kinderen in beeld. Na de metingen geven ze acht weken training. Vervolgens zijn er twee weken uitgetrokken om de kinderen nogmaals te testen. De studentes hopen op een groep van dertig tot zestig kinderen. “We trainen ze na schooltijd in groepjes van zes kinderen”, gaat Janneke verder. “Elk kind komt twee keer per week aan de beurt. Om de kinderen en hun ouders te motiveren elke sessie mee te doen, krijgen de deelnemers elke keer een maaltijd aangeboden. Dat scheelt in kosten voor de ouders en de kinderen eten goed. Zo krijgen ze iets terug voor de tijd die ze in het project steken.”
In de periode dat de zes meiden in Zuid-Afrika vertoeven, zijn ze niet alleen bezig met het onderzoek. Ook steken zij tijd in het onderrichten van lokale fysiotherapeuten in de oefeningen die in het handboek staan, zodat het ook gebruikt kan worden als ze weer terug in Nederland zijn.
Janneke's onderzoeksvraag richt zich vooral op de conditie van de kinderen. “Ik verwacht zeker een verschil”, zegt ze. “Daarnaast scoren ze waarschijnlijk beter op kracht en conditie dan hun Nederlandse leeftijdsgenootjes. In Afrika zitten ze niet de hele dag binnen achter de tv of computer. Het probleem is alleen dat kinderen daar geen training krijgen. Daardoor blijven ze moeite houden met lopen, fietsen of hun evenwicht. Dat beperkt ze bij hun groei naar volwassenheid. Dit heeft tot gevolg dat ze niet normaal kunnen participeren in de maatschappij. Als je in ons land een aandoening hebt schieten ze je van alle kanten te hulp, waardoor je op latere leeftijd gewoon kunt gaan werken.”

Sponsoring
Na afronding van het onderzoek schrijven ze alle zes een wetenschappelijk artikel. “Tevens passen we het handboek aan waar nodig”, geeft Janneke aan. “Het zou mooi zijn als blijkt dat het werkt. Dan kan het wellicht in andere Afrikaanse landen ook ingezet worden. Daar heb ik alle vertrouwen in.”
Alle kosten rondom het onderzoek betalen de dames bijna geheel uit eigen portemonnee. “We hebben veel organisaties aangeschreven, maar bijna iedereen laat het afweten”, betreurt Janneke. “Allemaal betalen we ons eigen vliegticket, het verblijf daar en de inentingen. Dat is slechts een greep uit de kosten. De testmaterialen die we nodig hebben kunnen we gelukkig lenen van de hogeschool. Die moeten we in onze koffers meenemen, want er is geen geld om spullen te verschepen. Daarom zijn we op zoek naar sponsoren die hun steentje willen bijdragen. Dat hoeft niet per se in de vorm van een bedrag te zijn.” Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Janneke van Hees-Nooijen via 0612422042 of jannekenooijen@hotmail.com.

Filed under: Artikelen Comments Off
Comments (0) Trackbacks (0)

Sorry, the comment form is closed at this time.

Trackbacks are disabled.