<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Bureau Kett</title>
	<atom:link href="http://www.kett.nl/?feed=rss2" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.kett.nl</link>
	<description>Paul Verstegen; journalist &#38; tekstschrijver</description>
	<lastBuildDate>Tue, 08 May 2012 13:44:30 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0.3</generator>
		<item>
		<title>Andre van Duren regisseert aflevering tv-serie Van God Los</title>
		<link>http://www.kett.nl/?p=261</link>
		<comments>http://www.kett.nl/?p=261#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 May 2012 13:50:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Arena Magazine]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kett.nl/?p=261</guid>
		<description><![CDATA[Met Brabantse figuranten Bende van Oss De Reekse regisseur André van Duren verkreeg het afgelopen jaar veel faam met De Bende van Oss, die meer dan 150.000 keer bekeken is in de Nederlandse bioscopen. Inmiddels heeft de filmmaker er al een nieuwe klus opzitten. Voor de misdaadserie Van God Los van BNN nam Van Duren [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Met Brabantse figuranten Bende van Oss</em></p>
<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-264" title="Acteurs" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Acteurs.jpg" alt="" width="200" height="131" />De Reekse regisseur André van Duren verkreeg het afgelopen jaar veel faam met De Bende van Oss, die meer dan 150.000 keer bekeken is in de Nederlandse bioscopen. Inmiddels heeft de filmmaker er al een nieuwe klus opzitten. Voor de misdaadserie Van God Los van BNN nam Van Duren voor één aflevering plaats op de regiestoel. Hiervoor doet de regisseur wederom beroep op 'zijn' Brabantse figuranten.</strong></p>
<p>Na een succesvol eerste seizoen van tien afleveringen komt BNN nu met een tweede reeks van Van God Los. De misdaadserie is te vergelijken met het VARA-programma 12 steden, 13 ongelukken, dat in de jaren negentig erg populair is. Net als in dat programma is elke uitzending gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Waar het bij 12 steden, 13 ongelukken om ongevallen draait, is de basis bij Van God Los een misdrijf. Het zijn losstaande afleveringen waarin de kijker het verhaal achter een moord of ander ernstig delict meemaakt.<span id="more-261"></span></p>
<p><strong>'Onderlinge strijd'<br />
</strong>Voor elke aflevering benadert BNN iemand anders om de regie in handen te nemen. Vaak zijn dit regisseurs die het op dat moment erg goed doen, onder wie André van Duren. Andere namen die dit seizoen een aflevering voor hun rekening nemen, zijn Erik de Bruyn (De President), Paula van der Oest (Black Butterflies) en Jim Taihuttu (Rabat). Voor Daan Schuurmans - die tevens in De Bende van Oss speelt - is het zijn regiedebuut. Hij maakt een aflevering over drie vrienden die een plan bedenken om aan geld te komen voor hun gezamenlijke droom.<br />
Van Duren vindt het een leuke uitdaging. “Je moet het eigenlijk zien als tien losse films van vijftig minuten”, stelt hij. “Elke aflevering van een andere regisseur met een eigen scenarioschrijver. Het tempo ligt ook flink wat hoger dan bij De Bende van Oss. Daar filmden we drie minuten per dag, voor Van God Los zijn dat er zeven. Dus er is iets meer haast geboden. De crew is elke aflevering hetzelfde. Dat is een aparte, maar aantrekkelijke manier van filmen. Van God Los heeft geen regels waar je je als regisseur aan moet houden, zoals dat bij televisieseries meestal het geval is. Je wordt dus niet beperkt. Het is echt je eigen film met jouw handtekening. Dat is erg prettig. Natuurlijk is het ook een onderlinge strijd wie de beste aflevering maakt.”</p>
<p><strong>'Aimabele vrouw'<br />
</strong>Het concept van Van God Los is dat elke aflevering een BN'er de hoofdrol voor zijn rekening neemt. In de uitzending die Van Duren regisseert, valt deze eer ten deel aan Angela Groothuizen. De rest van de cast wordt aangevuld met minder bekende acteurs. Naast Angela spelen Gijs Naber (De Heineken Ontvoering), Mark Kraan, Fred Goessens, Eva Marie de Waal en Hanneke Scholten mee.<br />
Groothuizen is bekend geworden als zangeres van de Dolly Dots. Als je haar naam hoort denk je niet meteen aan acteren. “Angela was een onbekend element voor mij”, geeft Van Duren toe. “Ze is niet opgeleid als actrice, maar daar merkte je niks van. Angela stelde zich zeer professioneel op. Ze is een erg aimabele vrouw, de samenwerking was bijzonder prettig. Volgens mij heeft ze nu de smaak te pakken. Geloof mij maar, die zien we vaker terug in films en op tv.”</p>
<p><strong>Brabants tintje<br />
</strong>De aflevering van André van Duren heeft een Brabants tintje. Waar meestal gebruik wordt gemaakt van speciale castingbureaus voor figuranten, staat de Reekse regisseur erop dat dezelfde mensen figureren als in zijn historische misdaaddrama. “Als je zoiets zegt denken ze bij de productiemaatschappij eerst dat je gek bent”, lacht hij. “Maar als ze De Bende van Oss dan een keer bekijken, zien ze dat de figuratie dik in orde is. Ze hebben naar mij geluisterd en dat heeft goed uitgepakt. Het was een groot succes en zeker de moeite waard hen te vragen.”<br />
Van Duren was niet bang dat zijn figuranten hem teleur zouden stellen. “Ik ben niet blind. Zo zit ik al vijfentwintig jaar in het vak en heb als opnameleider veel met figuranten gewerkt. De aflevering die ik regisseer speelt zich af op een woonwagenkamp, daarvoor heb je rauw volk nodig. Deze Brabanders passen in dat plaatje. Het zijn volkse types, ze spelen goed en gedragen zich voorbeeldig op de set. Er werd goed geluisterd naar instructies en ze hadden allemaal meerdere setjes kleren bij zich voor de verschillende scènes. Iedereen van de cast en crew reageerde na afloop enthousiast, positief verrast. Dit gaan we zeker vaker doen. Daarnaast was de sfeer ook geweldig.”</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-265" title="Figuranten" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Figuranten.jpg" alt="" width="500" height="280" /></p>
<p><strong>Rien ne va plus<br />
</strong>Na het succes van De Bende van Oss en een aflevering van Van God Los, richt Van Duren zijn pijlen weer op de toekomst. Veel kan hij nog niet zeggen over het project waar hij aan werkt. “We zijn druk bezig met een film over het casino, gebaseerd op het boek Rien ne va plus van Marco Rosman”, licht de regisseur een tipje van de sluier op. “Het verhaal gaat over de boef en de baron die aan dezelfde tafel zitten. Voordat het scenario goed is zijn we een flinke tijd verder. De realisatie van deze film is nog ver weg.”</p>
<p>Van God Los is vanaf 1 april iedere zondag om 20.20 uur te zien bij BNN op Nederland 3. Als er niets verandert in het uitzendschema is de aflevering van André van Duren zondag 13 mei te bekijken. Dat is de zevende aflevering van het tweede seizoen. De werktitel is Zwarte Dagen. Het verhaal is gebaseerd op een waargebeurd misdrijf in Zeeuws-Vlaanderen. Het speelt zich af op een woonwagenkamp, waar een ijzerhandelaar komt te overlijden. Op het kamp is het gepast de weduwe twaalf maanden met rust te laten, maar de vrouw krijgt meteen al veel aandacht van andere mannen. Het is de taak van haar zoon om de eer van het gezin te beschermen, met alle bloederige gevolgen van dien.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.kett.nl/?feed=rss2&amp;p=261</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Een paar dagen per week maken we snacks, voor de rest genieten we van het leven&#8217;</title>
		<link>http://www.kett.nl/?p=256</link>
		<comments>http://www.kett.nl/?p=256#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 25 Apr 2012 13:45:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Arena Magazine]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kett.nl/?p=256</guid>
		<description><![CDATA[Zeelanders Ad en Annie de Groot vinden geluk in Nieuw-Zeeland Het is het begin van de jaren tachtig. Aan de Kerkstraat in Zeeland staat de goedlopende friettent Tej Tat, waar Ad en Annie de Groot de scepter zwaaien. Toch is het echtpaar niet helemaal tevreden, ze zijn op zoek naar avontuur. Daarom verkopen ze de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Zeelanders Ad en Annie de Groot vinden geluk in Nieuw-Zeeland</em></p>
<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-257" title="Portret" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Portret.jpg" alt="" width="200" height="153" />Het is het begin van de jaren tachtig. Aan de Kerkstraat in Zeeland staat de goedlopende friettent Tej Tat, waar Ad en Annie de Groot de scepter zwaaien. Toch is het echtpaar niet helemaal tevreden, ze zijn op zoek naar avontuur. Daarom verkopen ze de zaak, pakken hun tassen en vertrekken voorgoed naar de andere kant van de wereld. Inmiddels woont het stel al dertig jaar in Nieuw-Zeeland. Arena Magazine zocht Ad (61) en Annie (57) begin december op in Upper Moutere, Richmond.</strong></p>
<p>Op 9 juni 1952 opent Theo de Groot snackbar Tej Tat in Zeeland. Zijn zoon Ad, veertien jaar op dat moment, draait van jongs af aan mee in de zaak, die dan enkel in de weekenden geopend is. In 1975 neemt Ad, inmiddels getrouwd met Annie Franken, op vijfentwintigjarige leeftijd de florerende friettent over. “Alles was al geregeld, we hoefden eigenlijk niets meer te doen”, blikt Ad terug. “Maar we waren jong en op zoek naar avontuur. In de jaren vijftig zijn veel mensen uit het dorp naar Nieuw-Zeeland vertrokken. Die kwamen terug met de mooiste verhalen. Dat wilden wij ook.”<span id="more-256"></span><br />
Op uitnodiging van Doortje Bongers-Verstraten stappen Ad en Annie, die intussen ouders zijn geworden van Bram en Neeltje, in het vliegtuig om een keertje te gaan kijken aan de andere kant van de wereld. “Dat was in oktober 1981”, weet Ad nog. “Wij vlogen via Zürich, Abu Dhabi, Sri Lanka en Singapore naar Auckland. We waren echt lang onderweg. We zijn een paar weken in Nieuw-Zeeland gebleven. We zijn bij veel voormalige dorpsgenoten op bezoek geweest, onder wie Antoon van Tiel en Leo van der Coer.”<br />
Na het noordereiland zet het echtpaar via Wellington en Christchurch koers naar Nelson op het zuidereiland. “We wisten niet precies welke stad waar lag, dus hebben we een gigantische omweg gemaakt”, lacht Annie. “Van de verschillende plaatsen waar we zijn geweest, voelden we ons het meest op ons gemak in Nelson. Dat is net een dorp. Daar komen wij oorspronkelijk ook vandaan, dat zijn we gewend. Auckland is veel te groot en uitgestrekt. Dan ben je altijd lang onderweg om ergens te komen. Christchurch vonden we erg ouderwets. De hoofdstad Wellington hebben we niet echt gezien.”<br />
Na een fantastische periode keert het stel terug naar huis. Annie: “Ik weet nog goed dat ik het een prachtige ervaring vond, maar zodra we weer op onze vertrouwde plek in Zeeland waren was het eerste wat ik zei: Het is prachtig daar, maar ik ga echt niet emigreren. Het is veel te ver.”</p>
<p><strong>'Kleppen en roddelen'</strong><br />
Dus Ad en Annie gaan gewoon verder met hun friettent. Toch besluipt hen langzaam het gevoel dat ze in Nederland niet zo vrij zijn als ze zouden willen. “Als ik de kinderen van school ging halen stond ik samen met andere vrouwen op het plein te wachten”, vertelt Annie. “Die stonden te kleppen en te roddelen. Ze waren naar mijn zin veel te materialistisch. Tussen hen voelde ik me niet thuis, ik hoorde er niet bij.”<br />
De laatste druppel komt van de basisschooldirecteur. Voor Tej Tat wordt een nieuwe diepvries aangeschaft. Om dit te vieren wil Annie alle kinderen op school een bonnetje geven voor een gratis ijsje. “Dus braaf als ik ben ging ik naar de directeur om hier toestemming voor te vragen. Dit werd mij echter door hem verboden. Ik mocht volgens de directeur de school van mijn kinderen niet gebruiken om reclame te maken voor mijn bedrijf. Ik vertrok met het gevoel alsof ik een crimineel was. Toen dacht ik: weg hier. Vrij snel daarna hebben we officieel ons emigratieverzoek ingediend.”</p>
<p><strong>'Flink te grazen'</strong><br />
Na het invullen van de papieren ondergaan Ad en Annie een medische keuring. Als alles in orde is, krijgt het stel een oproep van de ambassade voor een gesprek. "Daar werden we ontvangen door een jonge vent”, zegt Annie. “Die deed heel agressief tegen ons. Wij moesten niet denken dat het leven makkelijk zou zijn in Nieuw-Zeeland. Dachten we soms het geluk daar te vinden met twee jonge kinderen? Ik weet niet wat die man had, misschien een slechte dag of ruzie met zijn vrouw, maar hij nam ons flink te grazen.”<br />
Toch wordt het verzoek goedgekeurd. Eind 1982 krijgt het echtpaar toestemming om te emigreren. Ad: “Het is lastig voor te stellen wat dat precies inhoudt. Je laat alles achter wat je hebt. Dat is best spannend. De zaak hebben we verkocht aan mijn broer Peter, zus Ellie en hun partners.”<br />
Het gezin krijgt een halfjaar om te verkassen. Ze moeten uiterlijk 4 juni 1983 in Nieuw-Zeeland zijn. Uiteindelijk arriveren Ad, Annie, de vijfjarige Bram en vierjarige Neeltje op 30 mei in Nelson. “Eerst zijn we een tijdje in huis geweest bij Doortje Bongers-Verstraten en haar man Eduard”, laat Annie weten. “Zij hebben ons goed opgevangen. Na een poosje kochten we een stukje grond in Richmond, een kleine plaats in de buurt van Nelson. Daar hebben we ons huis neergezet, de derde woning in een nieuwe wijk. Ad wilde als echte Hollander geld uitsparen. Hij heeft in de hele zware kleigrond zelf de fundering uitgegraven. Dat heeft twee weekenden gekost. Later bleek dat we het voor vijftig dollar met een bulldozer in een uurtje hadden kunnen laten doen. De buurt heeft zich ongetwijfeld afgevraagd wat die 'rare man' uitspookte.”<br />
Het is sowieso allemaal even wennen. “Op een avond wilden wij eens lekker uit, dus we hadden een babysitter geregeld”, herinnert Ad zich. “We gingen rond acht uur de deur uit. Na één drankje werd de 'last call' al geroepen. Om negen uur werden we eruit gezet. Dat was wel even wennen. Nu is het juist het tegenovergestelde. Supermarkten gaan pas tegen negen of tien uur dicht. Rond Kerstmis zijn er zelfs enkele winkels die 24 uur per dag open zijn.”</p>
<p><strong>Kinderen</strong><br />
Het contact met de buren is erg goed. Bram en Neeltje spelen met de buurkinderen en ondervinden weinig problemen van de taalbarrière. “Dat was hartstikke fijn”, vindt Annie. “Bram werd zes jaar oud toen we net hier waren, die moest dus naar school. Hij was wat verlegen, dus dan ging ik met hem mee. De juf was erg aardig voor hem. Ik weet nog dat hij meteen moest leren schrijven in Engels, terwijl hij het nog niet eens in het Nederlands kon. Neeltje was wat vrijer. Die zette ik af bij de opvang en begon meteen tegen iedereen Nederlands te praten.”<br />
Beide kinderen groeien op aan de andere kant van de wereld, maken daar vrienden en zijn lid van lokale sportverenigingen. In 1997 verhuist het gezin naar Upper Moutere. In dat jaar gaan ze ook voor de tweede keer met z'n vieren terug naar Nederland voor de gouden bruiloft van Ads ouders. Bram is dan 19, Neeltje 17. Ze zijn allebei van school af. “We hebben een open ticket voor ze gekocht”, blikt Annie terug. “We gaven ze de boodschap mee: Ga maar werken in Nederland, leer de familie kennen. Zelf zijn we na twee maanden weer naar huis in Nieuw-Zeeland gevlogen. Neeltje had vrij snel heimwee en was voor Kerstmis alweer thuis. Bram kwam pas in april, die wilde namelijk per se carnaval vieren. Lang is hij niet in Nieuw-Zeeland geweest. Hij had zijn zinnen gezet op een opleiding in Nederland. Daar trof hij een vriendin. Sindsdien woont hij weer in Nederland. Neeltje heeft de koksopleiding in Nelson gevolgd en is chef geworden. Op haar eenentwintigste is ze naar Australië gegaan. In tien jaar is ze de wereld rondgereisd als kok. Ze heeft zelfs lunch klaar gemaakt voor acteurs als Russell Crowe en Nicolas Cage. Nu is ze net afgestudeerd als environmental scientist. Ze woont in Huntley op het noordereiland.”</p>
<div id="attachment_258" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><img class="size-full wp-image-258" title="Spreadfoto" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Spreadfoto.jpg" alt="" width="500" height="355" /><p class="wp-caption-text">Ad en Annie de Groot voor hun woning in Richmond, Nieuw-Zeeland.</p></div>
<p><strong>Dutch Poffertjes</strong><br />
De eerste twee jaar werkt Ad bij Sealord, met ruim zeshonderd man personeel een van de grootste visbedrijven in Nieuw-Zeeland. Al na zes weken wordt hij tot supervisor benoemd. “Onder mij werkten acht man. De grote baas gaf mij formulieren om uit te delen. Zes van de acht kreeg ik terug omdat de arbeiders niet konden lezen of schrijven. Vooral bij de Maori's is dat erg. Mijn Engels was klote, maar ik pikte het snel genoeg op. Ik heb in de fabriek leren schelden, dat is niet normaal. Dat had ik zo onder de knie.”<br />
In 1985 kopen Ad en Annie een Dairy Milk Barn in Richmond. Dit is het best te vergelijken met een kleine buurtsuper die zeven dagen per week geopend is. Na anderhalf jaar vertrekken ze naar de plaats Appleby. De Dairy Milk Barn daar is meer gericht op delicatessen. Het assortiment bestaat uit onder meer Hollandse, Franse en Zwitserse kazen. Verder vinden typisch Nederlandse producten als peperkoek, pindakaas en boerenkool gretig aftrek. Annie begint tevens met het maken van kroketten. “Dat deed ik helemaal met de hand. We hadden niks meegenomen uit Nederland. In de beginperiode maakte ik zo'n twintig snacks per maand. Onze kroketten zijn naar het oude recept van Ads moeder, maar aangepast aan plaatselijke ingrediënten.”<br />
De kroketten worden goed ontvangen en er komt steeds meer vraag naar. Een Nederlandse ondernemer begint de snacks te verkopen in zijn kraam Dutch Poffertjes op Queensstreet in de haven van Auckland. Dat loopt als een trein. Door hun goede naam kloppen steeds meer klanten aan bij Ad en Annie. Rond de eeuwwisseling krijgen meer en meer benzinestations een shop die veel open is. Dit is de doodsteek voor de meeste Dairy Milk Barns. “Daar was niet tegen te concurreren”, vertelt Ad. “Onze winkel kostte gewoon te veel tijd. Dus in 2000 zijn we dichtgegaan. Daarna hebben we ons volledig op de productie van kroketten toegelegd. Zeker in het begin zijn we hiervoor veel horecabeurzen en foodshows afgegaan om het product te promoten.”</p>
<p><strong>Koninklijke ballen</strong><br />
Tegenwoordig maakt het echtpaar gemiddeld achtduizend snacks per week, dat is inclusief frikadellen en bitterballen. Koninginnedag is altijd een drukke tijd. Veel emigranten vieren de nationale feestdag graag met typisch Nederlandse producten. “Een paar jaar geleden is Prins Willem-Alexander hier op bezoek geweest”, vertelt Ad. “Het was overal feest, op het consulaat en de ambassade. Ze bestellen dan gerust tienduizend bitterballen. Verder hebben we een aantal vaste afnemers verspreid door heel Nieuw-Zeeland, van Invercargill tot aan Paihia, Bay of Islands. Voornamelijk Hollandse winkels met cafés. Ook hadden we veel klanten in Christchurch, maar die zijn weg sinds de aardbeving. Het begint nu langzaam weer aan te trekken.”<br />
Terugverlangen naar Nederland doen Ad en Annie niet meer. "We zijn hier helemaal op onze plek, met een mooi huis in de prachtige natuur. Een paar dagen per week maken we snacks en voor de rest genieten we van het leven."</p>
<p>Het bedrijf van Ad en Annie de Groot heet A&amp;A Snacks, NZ Quality Finger Food. Het is gevestigd aan de Moutere Highway in Upper Moutere, Richmond. Kijk op hun website www.croquette.co.nz voor meer afbeeldingen en extra informatie.</p>
<div id="attachment_259" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><a href="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Auto.jpg"><img class="size-full wp-image-259" title="Auto" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Auto.jpg" alt="" width="500" height="342" /></a><p class="wp-caption-text">A&amp;A Snacks verkoopt kroketten, frikadellen en bitterballen.</p></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.kett.nl/?feed=rss2&amp;p=256</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Beauty van een kerk in Dennenburg</title>
		<link>http://www.kett.nl/?p=268</link>
		<comments>http://www.kett.nl/?p=268#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 14 Apr 2012 13:58:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Arena Magazine]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kett.nl/?p=268</guid>
		<description><![CDATA[Op een terp aan de Hoogstraat in Dennenburg staat de Middeleeuwse Sint-Michaelskerk. Het rijksmonument uit de elfde eeuw doet tegenwoordig dienst als praktijkruimte voor een exclusieve beautysalon. De Sint-Michaelskerk is in drie verschillende tijdsperioden gebouwd. Het begint met het vroegromaanse middenschip dat uit de elfde eeuw stamt. De muur aan de noordzijde bestaat nog uit [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-269" title="Michaelskerk" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Michaelskerk.jpg" alt="" width="200" height="178" />Op een terp aan de Hoogstraat in Dennenburg staat de Middeleeuwse Sint-Michaelskerk. Het rijksmonument uit de elfde eeuw doet tegenwoordig dienst als praktijkruimte voor een exclusieve beautysalon.</strong></p>
<p>De Sint-Michaelskerk is in drie verschillende tijdsperioden gebouwd. Het begint met het vroegromaanse middenschip dat uit de elfde eeuw stamt. De muur aan de noordzijde bestaat nog uit de originele tufstenen, terwijl de zuidzijde beklampt is met een nieuwe steen. In de dertiende eeuw voegt men een vlakopgaande toren toe, die omstreeks 1500 nogmaals verhoogd is.<br />
Het vroeg-zestiende-eeuwse koor is hoger dan het schip. De stijl verandert van romaans naar gotisch. Het koor heeft fijn bewerkte kraagstenen waarvan er nog twee origineel zijn. Het middenschip krijgt grotere ramen die beter bij het beeld en de stijl van die tijd passen.<span id="more-268"></span></p>
<p><strong>Pottenbakker</strong><br />
Eind jaren dertig raakt de kerk uit gebruik en wordt sterk verwaarloosd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stort het middenschip zelfs in. De ruïne raakt steeds meer in verval en is niet meer dan een speelplek voor de jeugd. Totdat in 1958 een vijf jaar durende restauratie start. Hierbij zijn de later aangebrachte spitsbogen in de noordmuur gedicht en vervangen door de oorspronkelijke Romaanse vensters. Na de restauratieperiode neemt in 1963 een pottenbakker zijn intrek.<br />
Momenteel is de voormalige kerk in bezit van Monumenten Fonds Brabant, dat het pand in 2002 heeft aangekocht. Ondanks dat het gebedsgebouw niet meer gebruikt wordt voor het geloof, wil de organisatie er toch een functie aan geven. Een gelegenheid die Bernadine Kooister, eigenaresse van Art de Beauté, met twee handen aangrijpt. Al op jonge leeftijd wordt zij namelijk verliefd op de Sint-Michaelskerk.</p>
<p><strong>Schoonheidsinstituut</strong><br />
In 2008 verbouwt Kooister de kerk tot een praktijkruimte voor haar schoonheidsinstituut. Als je tegenwoordig via de toren binnenloopt, komt de klassieke muziek je tegemoet. Een enorme glazen deur geeft toegang tot de wachtruimte. Het is erg behaaglijk binnen, niet de kilte die je zou verwachten van dit goddelijke oord. Witte muren, een donkere loper om het echogeluid te dempen, een kerkbankje, stoelen in diverse stijlen, een grote tafel met op mode en cosmetica gerichte bladen verraden de smaak en de creativiteit van de beheerster van dit pand.<br />
Het monument is onderdeel van Kooisters behandelingen. “Je komt binnen in een bepaalde schoonheid. Hier heb ik alle tijd om rustig met je te praten. Vanuit die rust en tijd behandel ik mijn cliënten. Iedereen is belangrijk, je bent hier geen nummertje. Je kunt gewoon jezelf zijn.”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.kett.nl/?feed=rss2&amp;p=268</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Visagist en haarstylist Mari van de Ven kijkt terug op zijn jeugd in Nistelrode</title>
		<link>http://www.kett.nl/?p=251</link>
		<comments>http://www.kett.nl/?p=251#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 31 Mar 2012 13:38:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Arena Magazine]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kett.nl/?p=251</guid>
		<description><![CDATA['Ik was een verlegen jongetje met een vechtersmentaliteit' Hij is de visagist van bekend Nederland. Als kleine jongen droomde hij er echter niet van zelf ook een BN'er te worden. Om erachter te komen hoe de 52-jarige Mari van de Ven de persoon is geworden die hij nu is, moeten we terug naar zijn geboortedorp [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>'Ik was een verlegen jongetje met een vechtersmentaliteit'</em></p>
<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-252" title="Mari van de Ven" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Mari-van-de-Ven.jpg" alt="" width="200" height="191" />Hij is de visagist van bekend Nederland. Als kleine jongen droomde hij er echter niet van zelf ook een BN'er te worden. Om erachter te komen hoe de 52-jarige Mari van de Ven de persoon is geworden die hij nu is, moeten we terug naar zijn geboortedorp Nistelrode. Daar beleefde hij een bewogen jeugd.</strong></p>
<p>Mari woont de eerste 22 jaar van zijn leven in Nistelrode. Hij omschrijft zijn jeugd als 'leuk, maar tegelijkertijd ook niet leuk'. Het pestgedrag van zijn dorpsgenoten overschaduwt zijn mooie herinneringen. “Dat drukt een behoorlijke stempel op je leven. Ik was een heel verlegen jongetje, maar bezat wel een vechtersmentaliteit. Ik gaf het niet zo maar op. Je moet het positief zien. Ik heb echt leren opkomen voor mezelf.”<span id="more-251"></span><br />
Het is niet alleen kommer en kwel voor de jonge Mari. “Ik heb heel lang bij de Verkenners gezeten. We kwamen altijd samen op het terrein Achter de Berg. Daarnaast ben ik ook lid geweest van ponyclub De Kleine Heemskinderen. Springen was mij te gewaagd. Daarom reed ik dressuur, dat is tenminste mooi en sierlijk. Om die redenen denk ik met plezier terug aan mijn jeugd. Nistelrode is een fijn dorp om op te groeien. Sociale contacten had ik genoeg. Zeker met mijn ouders en de buren Henst en Pittens had ik een goede relatie.”</p>
<p><strong>Dik Peeters</strong><br />
Op een gegeven moment blijkt Nistelrode te klein voor de ambitieuze Mari. “Ik ging in Den Bosch samenwonen. Dat is een leuke stad, maar in mijn achterhoofd wist ik toen al dat mijn eindbestemming Amsterdam zou zijn.” Omdat een kantoorbaan niks voor hem is, volgt hij een kappersopleiding en gaat aan de slag als haarstylist. Vervolgens staat hij een paar jaar als bedrijfsleider in de Osse kapsalon Bibob. “Daar ontdekte ik dat het totaalproduct belangrijk is. Wat is mooi haar zonder goede make-up? Daarom ben ik meer met visagie gaan spelen.”<br />
Mari volgt een visagie-opleiding bij Dik Peeters in Amsterdam. Elke week reist hij op en neer naar onze hoofdstad. “Ik wilde niet per se bekend worden, maar wel steeds beter worden in wat ik doe. Omdat ik erg ambitieus ben, ben ik blijven leren. Op een gegeven moment opende dat deuren om bij bekende modebladen aan de slag te gaan. Toen heb ik Brabant vaarwel gezegd en ben ik naar Amsterdam vertrokken. Jarenlang heb ik voor diverse magazines gewerkt, zoals Cosmopolitan, Esquire, Margriet en Viva. Voor het kledingmerk O'Neill verzorgde ik een tijd lang fotoshoots voor de presentatie van nieuwe kledinglijnen.”</p>
<p><strong>Koffietijd</strong><br />
Mari's echte doorbraak komt halverwege de jaren negentig, als hij in het televisieprogramma Koffietijd terechtkomt. “Een bevriende styliste wees mij op de audities voor het RTL4-programma. Zes jaar heb ik elke uitzending een metamorfose verzorgd. Dat was geweldig om te doen, daar maakten we mensen echt heel blij mee. We gaven ze een ander uiterlijk en daardoor een beter gevoel. Ik weet nog goed dat we af en toe op zeer extreme gevallen stuitten op de meeste bizarre plekken.”<br />
Van het een komt het ander. “Daarna ben ik in allerlei andere programma's te zien geweest, zoals Life &amp; Cooking en Lijn 4.” Ook doet Mari als BN'er mee aan populaire shows als Sterren Dansen op het IJs (2006) en Dancing with the Stars (2009). In 2008 vertolkt hij een gastrol in de serie Voetbalvrouwen, als presentator van een metamorfoseprogramma.</p>
<p><strong>Gepest!</strong><br />
Vorig jaar was Mari te zien in Gepest!, een televisieserie van Peter van der Vorst. In het RTL4-programma neemt de presentator, samen met iemand die tijdens zijn schooltijd flink gepest is, contact op met diens vroegere kwelgeesten. Mari keert terug naar zijn geboortedorp Nistelrode om zijn verhaal te vertellen. In de aflevering wordt duidelijk dat zijn juffrouw Ietje van de Rooms-Katholieke jongensschool de aanleiding was voor de vele pesterijen. Zij gaf Mari de opdracht door het lokaal te lopen en terwijl hij dat deed vroeg de juf aan de klas: 'Jongens, vinden jullie ook niet dat Mari erbij loopt als een meisje?'<br />
Gelukkig voor Mari komt het nooit tot fysiek geweld. “Daar ben ik achteraf wel blij om, het bleef bij gescheld. Als je als kind nooit iets goed kunt doen maar je moet elke dag weer naar die school, dan wordt het leven een hel.” De visagist gaat in de uitzending verhaal halen bij juffrouw Ietje en zijn voormalige klasgenoten. Hij vraagt hen waarom hij door hun altijd zo gepest is. Tijdens het gesprek blijkt dat zij Mari nooit bewust hebben willen kwetsen. “Ik vind het wel fijn om te horen dat ze zich er niet echt bewust van waren, maar het is natuurlijk wel gebeurd.”</p>
<p><strong>Sterren</strong><br />
Door zijn vakmanschap is Mari tegenwoordig de visagist van veel Nederlandse sterren. Zo neemt hij regelmatig Tatjana Simic, Trijntje Oosterhuis, Sylvie van der Vaart-Meis en Yolanthe Cabau van Kasbergen onder handen. Bij laatstgenoemde was hij zelfs als haarstylist en visagist aanwezig op haar bruiloft in Italië met topvoetballer Wesley Sneijder. “Dat was echt heel leuk, drie dagen feest op een waanzinnige locatie.”<br />
Ook Wendy van Dijk, een goede vriendin van Mari, is met haar personages Ushi, Dushi en Loesie vaste klant bij hem. “Meewerken aan Wendy's programma is erg gaaf. Pas zijn we in Los Angeles en Londen geweest, daar ontmoet je veel internationale sterren. Tevens zijn we druk bezig met de nieuwe Ushi-film. Verder presenteert Wendy ook The Voice of Holland en The Voice Kids. Zo blijven we lekker bezig.”</p>
<div id="attachment_253" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><img class="size-full wp-image-253" title="Ushi Wendy Dushi" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Ushi-Wendy-Dushi.jpg" alt="" width="500" height="376" /><p class="wp-caption-text">Dushi, Wendy en Ushi.</p></div>
<p><strong>'Niks te zoeken'<br />
</strong>Inmiddels is het dertig jaar geleden dat Mari uit zijn geboortedorp vertrekt. “Ik kom steeds minder in Nistelrode. Heel sporadisch ben ik er nog te vinden, maar eigenlijk heb ik er bijna niets meer te zoeken sinds mijn ouders overleden zijn. Als ik er ben is het om hun graf te bezoeken. Uiteraard ken ik er nog wel mensen, maar al mijn vrienden zijn vertrokken. Mijn leven speelt zich nu af in Amsterdam.”</p>
<p><strong>Voorjaarstips</strong><br />
Speciaal voor de lezers van Arena Magazine geeft visagist en haarstylist Mari van de Ven enkele tips om in het voorjaar goed voor de dag te komen. “Ga elke zes weken naar de kapper. Je coupe is namelijk de basis voor je uiterlijk. Smeer voldoende sunblock op je gezicht om het te beschermen tegen UV-straling. Zorg voor een goede laag foundation en opgemaakte wenkbrauwen, dat zijn namelijk de eyecatchers van je gezicht. Sport, leef gezond en eet biologisch. En het belangrijkste van allemaal: blijf positief in het leven staan, het komt altijd weer goed.”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.kett.nl/?feed=rss2&amp;p=251</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Arena-verslaggever Paul Verstegen na zestig dagen ‘down under’ weer thuis</title>
		<link>http://www.kett.nl/?p=244</link>
		<comments>http://www.kett.nl/?p=244#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 20 Jan 2012 13:25:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Arena]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kett.nl/?p=244</guid>
		<description><![CDATA[‘Ik heb het gevoel dat ik niet alleen op reis was’ Arena-verslaggever Paul Verstegen is op reis van dinsdag 22 november tot en met vrijdag 20 januari. In die periode trekt hij door Nieuw-Zeeland, bezoekt hij Sydney en Melbourne in Australië en verblijft hij een paar dagen in Singapore. In de krant doet Paul elke [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>‘Ik heb het gevoel dat ik niet alleen op reis was’</em></p>
<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-245" title="2 - alpine crossing" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/2-alpine-crossing.jpg" alt="" width="200" height="139" />Arena-verslaggever Paul Verstegen is op reis van dinsdag 22 november tot en met vrijdag 20 januari. In die periode trekt hij door Nieuw-Zeeland, bezoekt hij Sydney en Melbourne in Australië en verblijft hij een paar dagen in Singapore. In de krant doet Paul elke week verslag van zijn ervaringen in het buitenland.</strong></p>
<p>Op het moment dat jullie dit lezen sta ik (hopelijk) alweer met twee benen op Nederlandse bodem na mijn avonturen aan de andere kant van de wereld. Ondanks dat ik een fantastische tijd heb gehad, vind ik het niet erg om weer thuis te zijn. Op een gegeven moment begin je dingen toch wel te missen, zoals sport. Oh, en natuurlijk je familie en vrienden.<br />
In totaal ben ik zestig dagen van huis geweest, voor mij een record (volgens mij was ik tot 2011 nog nooit langer dan drie weken aan een stuk op reis geweest). In die periode heb ik veertig dagen in Nieuw-Zeeland doorgebracht, twaalf in Australië en vier in Singapore. De oplettende Re(e)kenaar ziet uiteraard meteen dat ik dan pas op zesenvijftig dagen zit. Klopt, de rest van de tijd zat, hing of lag ik in een vliegtuig.<span id="more-244"></span></p>
<p><strong>Overnachtingen</strong><br />
De meeste nachten heb ik doorgebracht in hostels. Om precies te zijn veertig overnachtingen in achttien verschillende hostels in zestien verschillende plaatsen in drie verschillende landen. Mijn favoriete hostel, met stip, is Chateau Franz in het kleine plaatsje Franz Joseph aan de westkust van Nieuw-Zeeland. Dat ik een keuken, douche en toilet in de kamer had, droeg daar zeker aan bij. Leuke anekdote is dat ik juist in dit dorpje iemand uit Reek tegenkwam, die net als ik op reis was door Nieuw-Zeeland.<br />
Na vier fantastische dagen in Chateau Franz was de volgende stop Lake Wanaka, waar ik op aandringen van reisgenoten samen met hen naar het hostel ging van de keten Base. In een gevangenis is meer toegestaan dan hier. Verschrikkelijk. Blij dat het maar voor een nacht was.<br />
Daarnaast heb ik veertien keer bij familie of vrienden geslapen. Dit is fijn om meerdere redenen. Ten eerste kost het niets, wat betekent dat ik mijn geld kan uitgeven aan allerlei leuke activiteiten en bezienswaardigheden. Ten tweede is het een goede manier om meer mensen te leren kennen en de lokale manier van leven aan den lijve te ondervinden.<br />
Verder heb ik een nacht onderdak gevonden in een motel. Na de diverse aardbevingen is het erg lastig om een kamer te krijgen in Christchurch. Daarom ben ik daar in een motel beland. Een verademing, om een kamer voor je alleen te hebben na een maand in 'dormrooms'.</p>
<p><strong>Vele wegen</strong><br />
Om te komen waar ik ben geweest en om te zien wat ik heb gezien, diende ik enkele duizenden kilometers af te leggen. Het gros daarvan per vliegtuig, ongeveer 40.000 kilometer. Tijdens mijn reis ben ik negen keer opgestegen en gelukkig net zo vaak geland op zeven verschillende vliegvelden. Een goede tweede is de touringcar, grof geschat heb ik zeker 8.000 kilometer afgelegd in een bus. Overige middelen van transport: diverse boten, trein, scooter, metro, (huur)auto, paard en tram.</p>
<p><strong>Nieuwe vrienden</strong><br />
Een van de reden dat ik deze reis heb ondernomen was het ontmoeten van nieuwe mensen. Daar ben ik gelukkig goed in geslaagd, vooral in Nieuw-Zeeland. Ik heb ontelbaar veel mensen ontmoet. Sommigen slechts voor een paar minuten, terwijl ik met anderen juist een paar dagen heb doorgebracht. En alles daar tussenin.<br />
Vijfentwintig medereizigers hebben me toegevoegd op Facebook, deze nieuwe vrienden komen uit elf verschillende landen. Het gros uit Engeland (9). Daarnaast heb ik meerdere mensen bevriend uit Zweden (4), Nederland, Canada en Duitsland (allen 2). In Amerika, Nieuw-Zeeland, Spanje, Brazilië, Oostenrijk en Frankrijk heb ik één nieuw contact op de digitale snelweg. In totaal heb ik acht uitnodigingen gehad om mijn nieuwe vrienden een keer op te zoeken in hun geboorteland.</p>
<div id="attachment_246" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><img class="size-full wp-image-246" title="3 - lake wanaka" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/3-lake-wanaka.jpg" alt="" width="500" height="133" /><p class="wp-caption-text">Genieten van het weer en het gezelschap in Lake Wanaka.</p></div>
<p>Naast nieuwe vrienden heb ik ook veel familie leren kennen aan de andere kant van wereld. In totaal heb ik tweeëndertig overzeese familieleden ontmoeten, zesentwintig in Nieuw-Zeeland rondom Auckland en zes in Melbourne, Australië.</p>
<p><strong>Flip-flops, jandals of thongs</strong><br />
Als backpacker - de naam zegt het al - sjouw je al je bagage mee op je rug. Van tevoren vond ik het erg lastig inschatten wat ik precies nodig had. Daarom nam ik natuurlijk te veel spullen mee. Al op de eerste dag heb ik een aantal dingen uit mijn backpack gehaald die ik toch niet zou gebruiken. Deze kleren heb ik achtergelaten bij de familie, zodat ik ze aan het einde van mijn rondreis door Nieuw-Zeeland daar weer op kon pikken. Op mijn laatste dag in dat land heb ik een extra tas gekocht. Die is gevuld met souvenirs en spullen die ik niet meer nodig heb totdat ik thuis ben. Sinds ik het land van de Kiwi’s heb verlaten is die tas niet meer open geweest.<br />
Ondanks mijn overdadige inpakgedrag was ik toch wat dingen vergeten. Die spullen heb ik ter plekke aangeschaft, zoals een jas, drie paar sokken en een weekendtas. Ook heb ik twee paar teenslippers gekocht, waarvan eentje de reis niet overleefd heeft. Fun fact: in Singapore heten teenslippers flip-flops, in Nieuw-Zeeland jandals en in Australië thongs.</p>
<p><strong>Vergeten of kapot</strong><br />
Naast spullen die ik bewust achter heb gelaten ben ik zo af en toe ook wat per ongeluk vergeten. Niet alleen ben ik een handdoek en een zonnebril kwijt, ook mijn telefoonadapter ligt nog ergens in Sydney. Toch ben ik het meest vergeetachtig in de douche, getuige het feit dat ik liefst vier(!) shampooflessen in diverse badkamers verspreid over de wereld heb laten staan.<br />
Tijdens de enorme regenbuien in Abel Tasman is een van mijn fotocamera’s gesneuveld. Gelukkig heb ik in Christchurch een nieuwe op de kop weten te tikken. En niet zo maar een, maar deze is shock- en waterresistant. Voor de rest zijn het vooral kleren die de tocht niet hebben overleefd. Ik had vier paar witte sokken, die zijn nu allemaal zwart. Van mijn slippers die ik voor drie euro had gekocht heb ik niet langer dan een paar dagen kunnen genieten. En mijn schoenen, die waren eigenlijk begin januari al aan het einde van hun latijn. Met een beetje geloof en flink wat tape hebben ze het toch volgehouden. Hun laatste rustplaats is Changi Airport in Singapore.</p>
<p><strong>Trouwe volgers<br />
</strong>Ondanks dat ik twee maanden aan de andere kant van de wereld ben geweest, heb ik toch het gevoel dat ik deze reis niet alleen gemaakt heb. Dit is te danken aan de vele berichten die ik gehad heb van het thuisfront. Op het moment van schrijven (woensdag 18 januari) hebben 12.534 mensen mijn blog http://paularena.waarbenjij.nu bezocht. Als je dat terugrekent is dat meer dan tweehonderd bezoekers per dag. Dat stimuleerde mij ontzettend om toch weer elke paar dagen een nieuw verhaal met een paar foto’s online te zetten.<br />
Wellicht is dat ook de reden dat ik 22 blogs heb geschreven, gemiddeld één elke drie dagen. In totaal is hier 144 keer op gereageerd. De verhalen gaan gepaard met 192 foto’s en 3 filmpjes. Verder staan er 203 grotendeels andere foto’s op Facebook.<br />
Ook mijn wekelijkse verslag in weekblad Arena wordt goed gelezen. Hiervan heb ik geen cijfers, maar mijn ouders kregen regelmatig de vraag ‘Dat is toch jullie zoon aan de andere kant van de wereld?’ Zelfs van totaal onbekenden. Dat is erg leuk en bijzonder om te horen. Daarvoor ben ik ook zeer dankbaar.</p>
<div id="attachment_247" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><img class="size-full wp-image-247" title="Sand boarding" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/5-sandboarding.jpg" alt="" width="500" height="313" /><p class="wp-caption-text">Sand boarding, op een surfboard van een duin afglijden.</p></div>
<p><strong>Kosten</strong><br />
Wat de reis me gekost heeft is niet interessant. Sterker nog, ik weet niet of ik het zelf wel wil weten. Ik durf te stellen dat je er een mooie tweedehands auto voor kunt kopen. De duurste stad was Sydney, maar daar heb ik ook ontzettend veel activiteiten ondernomen. Waaronder de duurste van de hele reis, de Sydney Harbour Bridge Climb.<br />
Wat ik wel kan vertellen is dat ik een ontzettend gave reis heb gehad. Dit pakt niemand me ooit nog af. Gelukkig heb ik veel blijvende herinneringen overgehouden als bewijs van mijn reis. Zo heb ik bijvoorbeeld ruim 2.600 foto’s. Daar wacht me nog een leuke klus om die uit te zoeken. Ongeveer 1.750 heb ik zelf gemaakt, de rest van anderen gekregen.<br />
Ik moet zeggen dat reizen naar meer smaakt. Ik zou best nog een tijdje in Nieuw-Zeeland willen blijven. Een prachtig land met bijzonder aardige inwoners. Via deze weg wil ik iedereen bedanken voor de vele berichten en reacties die ik heb gehad tijdens mijn reis. Ik ga met plezier nogmaals op reis om jullie mee te nemen in mijn avonturen.</p>
<p>Zoals gewoonlijk zijn al mijn avonturen terug te lezen op <a href="http://paularena.waarbenjij.nu" target="_blank">http://paularena.waarbenjij.nu</a>. Kijk daar onder meer om te zien wat ik in Singapore gedaan heb. En hoe heet ik het had, pfft.</p>
<div id="attachment_248" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><img class="size-full wp-image-248" title="Sydney" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/1-harbour-bridge.jpg" alt="" width="500" height="354" /><p class="wp-caption-text">De Sydney Harbour Bridge met in de achtergrond het beroemde Opera House.</p></div>
<p><strong>Top 5 meest gave ervaringen<br />
</strong>1) Tongariro Alpine Crossing (National Park, Nieuw-Zeeland)<br />
2) Harbour Bridge Climb (Sydney, Australië)<br />
3) Zwemmen met dolfijnen (Kaikoura, Nieuw-Zeeland)<br />
4) Glacier Hike (Franz Joseph, Nieuw-Zeeland)<br />
5) Bezoek aan Stewart Island (Nieuw-Zeeland)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.kett.nl/?feed=rss2&amp;p=244</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Als je op het podium wil komen moet je eigen muziek maken&#8217;</title>
		<link>http://www.kett.nl/?p=240</link>
		<comments>http://www.kett.nl/?p=240#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 07 Jan 2012 13:19:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Arena Magazine]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kett.nl/?p=240</guid>
		<description><![CDATA[DJ Adaro uit Schaijk en Ran-D uit Zeeland maken furore met Gunz for hire Wat krijg je als je Schaijkenaar Thijs Ploegmakers (31) en Randy Wieland (30) uit Zeeland bij elkaar zet? De succesvolle DJ-act Gunz for hire. Hoewel de heren pas een paar gezamenlijke optredens achter hun naam hebben, zijn ze al razend populair [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>DJ Adaro uit Schaijk en Ran-D uit Zeeland maken furore met Gunz for hire</em></p>
<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-241" title="DJs" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/DJs.jpg" alt="" width="200" height="136" />Wat krijg je als je Schaijkenaar Thijs Ploegmakers (31) en Randy Wieland (30) uit Zeeland bij elkaar zet? De succesvolle DJ-act Gunz for hire. Hoewel de heren pas een paar gezamenlijke optredens achter hun naam hebben, zijn ze al razend populair in de hardstyle-scene. Met snelle beats, heel veel energie en euforische melodieën maken Thijs en Randy van elke party een echt dansfeest.</strong></p>
<p>Het balletje gaat rollen als Thijs en Randy elkaar tegenkomen in een Schaijkse discotheek. “Ik was daar de vaste DJ”, vertelt Thijs. “Randy was geboekt om een keer te komen draaien. We raakten aan de praat over onze studio's, die we aan huis hebben. Het klikte meteen en daarna hebben we contact gehouden.”<span id="more-240"></span><br />
Snel daarna wordt Gunz for hire geboren, een rauwe hardstyle-act. “We spelen een halfuur live en maken er dan een echte show van”, gaat Thijs verder. “Zo hebben we allebei een pak aan en een masker op. Met Gunz for hire draaien we geen cd'tjes, maar laten we onze eigen muziek horen. Een plaat moet het op de dansvloer goed doen. De mensen moeten helemaal losgaan.”</p>
<p><strong>Qlimax</strong><br />
Dat de samenwerking van Thijs en Randy vruchten afwerpt blijkt uit de vele aanvragen die bij het tweetal binnenkomen. “Ons debuutoptreden was op Decibel Outdoor”, blikt Randy terug. “Daarnaast zijn we onder meer al te zien geweest op Thrillogy in een uitverkochte Jaarbeurs, tijdens het tienjarig bestaan van de Matrixx en op Qlimax. Dat laatste festival is in het GelreDome. Eén zaal met acht à negen artiesten. Hoewel we nog niet zo lang bezig zijn, staan we daar wel tussen. Het is nog niet eerder voorgekomen dat een act daar al zo snel mag draaien. Dit gaat zelfs onze stoutste verwachtingen te boven.”<br />
Een deel van het succes is te danken aan het internet, en dan de videowebsite YouTube in het bijzonder. “Albums verkopen is tegenwoordig lastig”, weet Randy. “Als je op het podium wil komen moet je eigen muziek maken. Daarna moet je echt naam maken met optredens. Veel mensen filmen onze show met hun mobiele telefoon. Een paar uur later vind je dat dan terug op internet. Dat is slecht voor de verkoop, maar doet wonderen voor de promotie van onze act. Die filmpjes helpen ons ook om internationaal door te breken. Mensen in het buitenland kunnen namelijk al bekend raken met onze muziek.”</p>
<p><strong>DJ Adaro</strong><br />
Naast Gunz for hire zit ook de solocarrière van beide DJ's in de lift en draaien ze regelmatig op kleine en grote evenementen. Thijs, beter bekend als DJ Adaro, maakt in 2002 onderdeel uit van Driftwood en scoort daarmee een top-veertighit met Freeloader. “Daar heb ik veel van geleerd”, geeft de Schaijkenaar aan. “Zelf maak ik wat rauwere hardstyle, maar ik ben geïnteresseerd in alle soorten muziek. Daar haal je inspiratie vandaan. Zo laat ik me beïnvloeden door hiphop. Zo creëer je een eigen sound en klink je anders dan de rest. Voorheen heb ik met veel verschillende stijlen geëxperimenteerd, maar na mijn kennismaking met Randy ben ik me steeds meer op hardstyle gaan focussen.”</p>
<p><strong>Ran-D</strong><br />
Randy komt van oorsprong uit het Gelderse Lobith, maar een Zeelands meisje zorgt ervoor dat hij een paar jaar geleden naar het Brabantse dorp trekt. In de muziekscene staat hij bekend als Ran-D.“Mijn eigen muziek is wat toegankelijker dan Gunz for hire”, zegt hij, “veel melodieuzer. Het gaat erg goed met mijn carrière. Gemiddeld zit ik één keer per maand in het buitenland om te draaien op een evenement. Afgelopen zomer heb ik op veel verschillende plekken gedraaid, zelfs in Australië.”</p>
<p><strong>'Gevestigde naam'<br />
</strong>Thijs en Randy hopen nog vaak op te treden met hun gezamenlijke act. Ze hebben er alle vertrouwen in dat ze dat wel redden. “Voor Qlimax zijn zevenentwintigduizend kaarten beschikbaar, die waren binnen een halfuur allemaal verkocht”, weet Randy. “Daar is nog veel te halen.” Thijs is het daar helemaal mee eens. “De toekomst ziet er rooskleurig uit. Hopelijk zijn wij over vijf jaar een gevestigde naam die iedereen kan waarderen.”</p>
<p>Surf voor meer informatie over Gunz for hire naar <a href="http://www.gunzforhire.com" target="_blank">www.gunzforhire.com</a>. Beide DJ's zijn ook terug te vinden op Facebook via <a href="http://www.facebook.com/djadaro" target="_blank">www.facebook.com/djadaro</a> en <a href="http://www.facebook.com/djrandofficial" target="_blank">www.facebook.com/djrandofficial</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.kett.nl/?feed=rss2&amp;p=240</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Als ik een Brabander tegenkom voel ik me meteen op mijn gemak’</title>
		<link>http://www.kett.nl/?p=236</link>
		<comments>http://www.kett.nl/?p=236#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 24 Dec 2011 13:14:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Arena Magazine]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kett.nl/?p=236</guid>
		<description><![CDATA[Actrice en schrijfster Elle van Rijn uit Odiliapeel Ze breekt in 1994 door met haar rol als Jo in de televisieserie SamSam, maar staat bij veel mensen op het netvlies als Valerie Fischer in de soap Goede Tijden, Slechte Tijden. Toch heeft Elle van Rijn meer in haar mars dan acteren, getuige haar nieuwste boek [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Actrice en schrijfster Elle van Rijn uit Odiliapeel</em></p>
<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-237" title="Elle van Rijn" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Elle-van-Rijn.jpg" alt="" width="200" height="164" />Ze breekt in 1994 door met haar rol als Jo in de televisieserie SamSam, maar staat bij veel mensen op het netvlies als Valerie Fischer in de soap Goede Tijden, Slechte Tijden. Toch heeft Elle van Rijn meer in haar mars dan acteren, getuige haar nieuwste boek De dag waarop ik Johannes Klein doodreed. Arena Magazine sprak met het in Odiliapeel geboren multitalent.</strong></p>
<p>Een zonnige zomerdag, zo herinnert de 44-jarige Elle van Rijn zich haar jeugd in Odiliapeel en Uden. “Ik had heel veel vrijheid en speelde vaak buiten met mijn vriendinnetjes. Dat was heel anders dan de kinderen van nu, die zitten veel meer binnen. Toen had je nog geen computerspelletjes. In die tijd ging je voetballen op het veldje. Ook carnaval vond ik als kind heel leuk om te vieren. Ik ben zelfs nog een tijdje dansmarieke geweest.”<span id="more-236"></span><br />
Op jonge leeftijd begint Elle met het schrijven van verhaaltjes. “Dat vond ik al snel kinderachtig worden. Daarna heb ik nog een tijdje bij het kinderkoor gezeten. Tijdens de nachtmis heb ik een paar keer solo mogen zingen, maar mijn zang was niet toereikend. Daar ben ik dus ook mee gestopt.”</p>
<p><strong>Vreemde eend</strong><br />
Toch zijn niet al haar jeugdherinneringen even zonnig. “De avond voordat ik mijn vormsel deed had mijn vader te veel gedronken. Hij kwam zwalkend de kerk in. Dat was niet fijn. Je moet nu niet denken dat mijn vader alcoholist was, maar hij ageerde zwaar tegen de katholieke kerk. In zijn jeugd is hij opgevoed met streng-christelijke dogma's. Daarom zette hij zich daar later tegen af. Ons gezin was daardoor een vreemde eend in de bijt. Wij gingen op zondag niet naar de kerk. Dat was wel bijzonder in zo'n klein dorp als Odiliapeel. Kerkgangers trokken hun mooiste kleren vaak aan op zondag. Ook dat kenden wij niet. Ik weet nog dat ik mijn moeder eens gevraagd heb of we nette kleren speciaal voor de zondag konden bewaren. Zelf wilde ik een keer op zondag naar de kerk, maar dat is slechts bij een voornemen gebleven.”</p>
<p><strong>Uden</strong><br />
Als Elle dertien jaar is verhuist het gezin naar de Markt in Uden. “Ik zat net op de middelbare school en vond het wel fijn dat ik nu niet meer zover hoefde te fietsen. Als kind is een dorp groot genoeg, maar als tiener heb je de ruimte van een stad nodig. Je wereld wordt elke keer groter. Op mijn achttiende vertrok ik naar Parijs om daar als au pair te werken.”<br />
Uiteindelijk komt Elle na diverse kleine theaterproducties in Maastricht terecht. Daar volgt ze de acteursopleiding aan de Toneelschool. Na haar studie staat Elle op het podium, acteert in films, heeft vaste rollen in tv-series en legt ze zich sinds kort toe op het schrijven van boeken. “Mijn carrière heeft de goede volgorde. Vroeger vond ik acteren heel leuk. Nog steeds wel, maar ik heb liever de regie in eigen handen. Bij het schrijven van een boek bedenk je zelf de personages en creëer je je eigen verhaal. Dat vind ik nu het leukst. Je hebt als auteur heel veel vrijheid. Ik mag mijn eigen onderwerpen bepalen. Nieuwsgierig als ik ben ga je dan verder graven tot je iets interessants tegenkomt. Met toneel ben ik gestopt. Elke keer hetzelfde doen begon me op een gegeven moment tegen te staan.”</p>
<p><strong>'Smurf in grote auto'</strong><br />
Inmiddels heeft de Brabantse al een aantal boeken op haar naam staan. Haar nieuwste roman, De dag waarop ik Johannes Klein doodreed, ligt sinds eind september in de winkels. “Het begon met de titel van het boek. Na de geboorte van mijn vierde kind had ik behoefte aan een grotere auto, anders passen we er niet allemaal in. Dat is zo'n grote Amerikaanse bak geworden, een Dodge Durango. Als ik achter het stuur zit zie ik bijna niets, ik voel me dan net een smurf in een grote auto. Wanneer ik de kinderen naar school breng of ophaal ben ik als de dood dat ik iemand over het hoofd zie. Volgens mij is het doodrijden van een kind een van de ergste dingen die je kan overkomen. Toen ik een jaar of acht-negen was reed de vader van een klasgenootje uit Odiliapeel ook een kindje dood. Daar heeft hij veel last van gehad. Dat heeft zo'n indruk op mij gemaakt dat het me altijd is bijgebleven.”</p>
<p><strong>Schuld en verlangen<br />
</strong>In de roman volgt de lezer een dag uit het leven van drie mensen. Een van hen is Vanessa, een jonge vrouw die wel heel erg ver gaat om haar hartstochtelijke kinderwens te verwezenlijken. Verder heb je John en zijn zoon Johan. “De verhaallijn voor John en Johan komt van de vader van een klasgenootje van mijn dochter. De moeder van het meisje - en de grote liefde van de vader - stierf op tragische wijze. Zijn verhaal was zo aangrijpend, daar wilde ik iets mee doen. De drie hoofdpersonen verlangen stuk voor stuk naar onvoorwaardelijke liefde, maar schuld werkt als stoorzender. Mensen gunnen zichzelf niets, ze ontzeggen zichzelf de liefde omdat ze vinden dat ze die niet verdienen.”<br />
Binnenkort verschijnt er nog een boek van de hand van Elle. Samen met Toos van der Valk heeft ze een waargebeurde roman geschreven over de ontvoering van de Nulandse in 1982. Vier Italiaanse mannen ontvoeren Toos uit haar woning, terwijl haar man Gerrit boven ligt te slapen. Ze wordt drie weken vastgehouden in een tentje in België. Na een betaling van dertien miljoen gulden losgeld wordt Toos uiteindelijk in de buurt van Eindhoven vrijgelaten.</p>
<p><strong>Brabantse gezelligheid</strong><br />
Tegenwoordig woont Elle met haar kroost in Haarlem. De stad waar ook het verhaal van De dag waarop ik Johannes Klein doodreed zich afspeelt. Ondanks dat ze het daar ontzettend naar haar zin heeft, denkt ze nog regelmatig terug aan Brabant. “In Odiliapeel kent iedereen elkaar. Dat is mooi. Toch is de anonimiteit van een stad ook wel fijn. Alhoewel je daar ook in de gaten wordt gehouden. Zeker als je wat bekender bent. Helemaal met Twitter en andere social media. In het westen van het land mis ik een bepaalde vertrouwelijkheid in hoe mensen met elkaar omgaan. Brabanders zijn no-nonsense. Die hebben geen pretentie, ze scheppen niet op. Als ik een Brabander tegenkom voel ik me meteen op mijn gemak. Dat heeft vooral met sfeer en gezelligheid te maken.”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.kett.nl/?feed=rss2&amp;p=236</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zeventiende-eeuwse Hampoort, beschermengel van vestingstad Grave</title>
		<link>http://www.kett.nl/?p=228</link>
		<comments>http://www.kett.nl/?p=228#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Dec 2011 13:06:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Arena Magazine]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kett.nl/?p=228</guid>
		<description><![CDATA[Wie vanuit Grave richting Cuijk rijdt passeert op de Sint Elisabethstraat de Hampoort. Dit monumentale gebouw staat al sinds 1688 op die locatie. Vroeger om het vestingstadje te verdedigen tegen ongewenste gasten, tegenwoordig zit het Graafs Museum en het Cloveniersgilde gehuisvest in het eeuwenoude pand. In de Middeleeuwen ontwikkelt Grave zich als een belangrijke vestingstad. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-229" title="Spread Hampoort Grave" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Spread-Hampoort-Grave.jpg" alt="" width="200" height="128" />Wie vanuit Grave richting Cuijk rijdt passeert op de Sint Elisabethstraat de Hampoort. Dit monumentale gebouw staat al sinds 1688 op die locatie. Vroeger om het vestingstadje te verdedigen tegen ongewenste gasten, tegenwoordig zit het Graafs Museum en het Cloveniersgilde gehuisvest in het eeuwenoude pand.</strong></p>
<p>In de Middeleeuwen ontwikkelt Grave zich als een belangrijke vestingstad. Diverse belangrijke handelsroutes doorkruisen het grensgebied van Gelre (tegenwoordig provincie Gelderland, red.) en Brabant. Daarnaast ligt de plaats aan de rivier. Grave ondergaat een periode van bloei en dit blijft niet onopgemerkt bij andere gewesten. Zij komen van ver om een graantje mee te pikken en proberen de stad met geweld in te nemen. Na iedere belegering bouwen de inwoners de stad weer op. Ook de vestingwerken worden dan versterkt en vaak verder uitgebreid.<span id="more-228"></span><br />
In 1674 ligt Grave weer in puin na een belegering van drie maanden. De stad wordt hersteld, evenals de drie poorten. Aan het einde van de Maasstraat staat de Maaspoort, aan het einde van de Brugstraat staat de Brugpoort en aan het einde van de Hamstraat staat de Hampoort. Om meer ruimte te creëren worden de poorten wat verschoven, zodat er extra woningen in de stad gebouwd kunnen worden.</p>
<p><strong>Vestingwet</strong><br />
Dan voert het Nederlandse rijk in 1874 de Vestingwet in. Hierin staat dat niet meer de steden als basis voor de landverdediging dienen, maar dat overgestapt wordt op de waterlinies. De vestingsteden zijn dus niet meer nodig. Door de kolenwinning in Limburg komen de lokale turfstekers zonder werk te zitten. Om de werkloosheid tegen te gaan krijgen zij de opdracht om de vestingsteden te ontmantelen, waaronder Grave. Ze dempen de grachten en alles wordt gesloopt, behalve de gebouwen aan de Maas. Op een gegeven moment vraagt iemand zich af of alles wel weg moet. Dat is de redding van de Hampoort.</p>
<p><strong>Inrichting</strong><br />
Het garnizoen verlaat eind negentiende eeuw Grave. Een psychiatrische inrichting voor vrouwen vestigt zich in de Hampoort en in het tegenover gelegen Arsenaal. De linkervleugel van de poort is bestemd als woning voor de Machinist (beheerder, red.) van de Rijks Psychiatrische Inrichting. Na ongeveer vijfenzeventig jaar vertrekt het instituut weer uit Grave. De poort wordt voor het symbolische bedrag van een gulden aan de gemeente verkocht. De afspraak is dat de weduwe van de laatste Machinist tot haar overlijden in de vleugel mag blijven wonen.<br />
Begin jaren tachtig besluit de gemeente Grave het monumentale pand grondig te restaureren. De vraag is alleen waarvoor ze het gebouw kunnen gebruiken. Als het Cloveniersgilde dit ter ore komt geeft de schutterij aan wel interesse te hebben. De vereniging komt in de linkervleugel te zitten, terwijl rechts nog steeds de weduwe van de Machinist woont.</p>
<p><strong>Cloveniersgilde</strong><br />
In Brabant zijn nog steeds veel gildes actief. “Die hebben witte kragen, mooie kousen en veren op hun hoed. Met alle respect, maar dat zijn geen schuttersgilden”, vindt de Graafse Clovenier Jan Timmermans. “Die groepen komen voort uit katholieke broederschappen. Een echt schuttersgilde kun je beter vergelijken met een mobiele eenheid avant la lettre. De heer van Grave zocht in de zestiende eeuw een groep mannen van onbesproken gedrag die zorgdroeg voor de orde in de stad bij zijn afwezigheid. Als de heer wel in de stad was dan dienden de gildeleden als erewacht bij officiële gelegenheden. Niet iedereen kon zomaar lid van het gilde worden. Je moest bijvoorbeeld in staat zijn overdag activiteiten voor De Cloveniers uit te voeren. De schutterij kent twee traditionele feesten. Het Teerfeest en het Koningsschieten. Dat laatste evenement vond in Grave voor het eerst in 1529 plaats. Het zilveren schildje van die eerste keer hebben we nog steeds. Dat behoort tot het oudste zilver van Brabant.”</p>
<div id="attachment_230" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><img class="size-full wp-image-230" title="Gilderuimte" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Gilderuimte.jpg" alt="" width="500" height="590" /><p class="wp-caption-text">Het Cloveniersgilde zit sinds begin jaren tachtig in de linkervleugel van de Hampoort.</p></div>
<p>Het Cloveniersgilde kent perioden van bloei en verval. Slechts in de hoogtijdagen vormt een groep mannen het gilde. Timmermans: “In Grave zijn De Cloveniers al lang verdwenen als we in 1974 herdenken dat driehonderd jaar daarvoor de Fransen de stad uit zijn geknikkerd. Iemand kwam met het idee om het gilde mee te laten lopen in een historische optocht. In aanloop naar het evenement hadden we zoveel lol dat we besloten het gilde voort te zetten. Als ontmoetingsplaats gebruikten we de zaal achter een kroeg, maar we gingen op zoek naar een eigen lokaal. Dat werd de Hampoort. De Cloveniers hebben sindsdien hun plaats in de samenleving wel weer veroverd.”</p>
<p><strong>Graafs Museum</strong><br />
Wanneer enkele jaren geleden blijkt dat de weduwe van de Machinist uit de Hampoort vertrekt, is er meteen een gegadigde om haar plek over te nemen: het Graafs Museum. Tot dan toe heeft het museum verschillende locaties gehad in de vestingstad. “Het begon met een particuliere collectie van een amateurarcheoloog”, weet Jan Timmermans, tevens bestuurslid van het museum. “Die was tentoongesteld in het stadhuis, maar toen een vandaal verhaal kwam halen bij het college van B en W vernielde hij ook een deel van de collectie. Daarop ontstond het initiatief van Stichting Graeft Voort voor het Graafs Museum, dat in eerste instantie een tijdje achter de kerk zat. Maar toen de parochies fuseerden moesten we vertrekken. Vervolgens kwamen we in een zijstraatje terecht waar niemand ons kon vinden. Daarom ondernamen we meteen actie op het moment dat we hoorden dat er ruimte vrij kwam in de Hampoort.”<br />
De stichting bouwt de vleugel om tot museum. “We konden uit de voeten, maar wisten al meteen dat de ruimte te klein zou zijn”, zegt Timmermans. “De voorzitter is een architect in ruste. Die heeft een uitbreiding getekend onder de aarden wal. Die grond is weggehaald, daarna hebben ze de uitbreiding gebouwd en vervolgens is de wal weer teruggeplaatst. Ook op zolder hebben we de nodige aanpassingen doorgevoerd, waardoor we nu over een bibliotheek en archief met klimaatregeling beschikken. Hiermee voldoen we aan alle eisen. Sinds dit jaar zijn wij het tweede officiële museum in het Land van Cuijk.”</p>
<p><strong>Eigen collectie</strong><br />
Het Graafs Museum bezit een eigen, steeds groter wordende collectie. De meeste voorwerpen heeft het museum gekregen, andere zijn in bruikleen gegeven. “We merken dat er veel spullen in families zitten”, vertelt Timmermans. “Die gaan over van ouders op kinderen. Zo komen wij aan onze materialen. Daarnaast houden we het internet in de gaten. En soms krijg je wat via een erfenis of op een veiling. De stichting is al meer dan dertig jaar bezig met het verzamelen van materiaal. Af en toe moeten we goed opletten dat we geen alternatief worden voor het grof vuil. Daarom bepalen wij ook wat er met de voorwerpen gebeurt: houden, verkopen of weggooien."<br />
Naast de eigen collectie is er ook altijd plek voor een wisseltentoonstelling in de nieuwbouw van het museum. Van 25 oktober tot en met 5 februari is dit Pottenkijkers, volkskunst door mensen, voor mensen. Onder 'volkskunst' worden alledaagse voorwerpen en gebruiksartikelen verstaan die ambachtelijk zijn vervaardigd en niet de pretentie hebben kunst te zijn (terwijl ze vaak toch wel heel mooi zijn). De tentoonstelling is een deel van de verzameling van een Graafse inwoner.</p>
<div id="attachment_231" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><img class="size-full wp-image-231" title="Museum2" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Museum2.jpg" alt="" width="500" height="316" /><p class="wp-caption-text">In de nieuw gebouwde ruimte is de wisseltentoonstelling te zien.</p></div>
<p><strong>Toekomstplannen</strong><br />
Na het afbreken van de vestingwerken in de negentiende eeuw worden rondom de Hampoort nieuwe gebouwen neergezet, waardoor het mooie aanzicht verdwijnt. Nu een deel van die panden weer wordt gesloopt, is het Graafs Museum er als de kippen bij om de historische situatie te herstellen. “Dan kunnen we de poort weer openzetten”, zegt Timmermans. “Vroeger lag hier een ravelijn (vijfhoekig, versterkt eiland buiten de vesting, red.), die is onlosmakelijk verbonden met de Hampoort. Het zou mooi zijn als we het ravelijn terug kunnen brengen, omringd door water. Dan kan de gemeente daar een grote parkeerplaats van maken. Bezoekers mogen dan via een brug door de poort de stad in.<br />
Volgens Timmermans is het terugbrengen van het ravelijn een 'win-win-winsituatie'. “Er is meer parkeerruimte voor bezoekers van Grave. Dat is gunstig, want zo haal je veel blik weg uit de binnenstad. Daarnaast kan het waterschap de plek gebruiken als wateroverloop. En het is natuurlijk goed voor het toerisme. Vakantiegangers kunnen dan de mooie, historische vestingstad Grave bezoeken. Het is te hopen dat dit plan doorgang vindt, maar dan moeten er wel centen op tafel komen.”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.kett.nl/?feed=rss2&amp;p=228</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Als je eenmaal boven bent geeft dat zo&#8217;n kick dat je alle pijntjes vergeet&#8217;</title>
		<link>http://www.kett.nl/?p=225</link>
		<comments>http://www.kett.nl/?p=225#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Nov 2011 12:53:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Sportief Veghel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kett.nl/?p=225</guid>
		<description><![CDATA[Harrie en Thea van den Hurk uit Zijtaart wandelen Mont Ventoux op Voor de één is honderd meter lopen al een straf, terwijl anderen regelmatig de wandelschoenen aantrekken om kilometers te maken. Harrie en Thea van den Hurk uit Zijtaart vallen duidelijk in de laatste categorie. Het echtpaar, dat al aardig op leeftijd is, bedwong [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Harrie en Thea van den Hurk uit Zijtaart wandelen Mont Ventoux op</em></p>
<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-226" title="Hurk" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Hurk.jpg" alt="" width="200" height="189" />Voor de één is honderd meter lopen al een straf, terwijl anderen regelmatig de wandelschoenen aantrekken om kilometers te maken. Harrie en Thea van den Hurk uit Zijtaart vallen duidelijk in de laatste categorie. Het echtpaar, dat al aardig op leeftijd is, bedwong in juni lopend de Mont Ventoux in Zuid-Frankrijk. Met deze prestatie zamelden de 74-jarige Harrie en 75-jarige Thea geld in voor Stichting Lucai. “Wij zijn dankbaar dat wij dit op deze leeftijd nog kunnen.”</strong></p>
<p>Het idee voor de wandeltocht komt van dochter Dorette Lambregts, die als vrijwilliger bij Stichting Lucai werkt. De stichting zet zich in om tieners met een levensbedreigende ziekte samen met hun gezin op een zorgeloze vakantie te sturen. Een van de manieren om geld in te zamelen is het beklimmen van de Mont Ventoux. Deelnemers brengen ieder minimaal 250 euro aan sponsorgeld in en kiezen zelf hoe ze de tocht naar boven maken. Dat kan onder meer lopend, fietsend, rennend of op skikes.<span id="more-225"></span></p>
<p><strong>'Beetje angst'</strong><br />
Thea moet nog even overtuigd worden, maar al snel hakt het echtpaar de knoop door en gaat de uitdaging aan. Dan begint het trainen. Op de vlakke weg zijn Harrie en Thea gewend om stevig door te wandelen. Op de Mont Ventoux gaan ze omhoog en dat is toch wel even wennen. “Daar had ik wel een beetje angst voor”, geeft Thea aan. “Je loopt constant tegen een berg op.”<br />
Regelmatig loopt het echtpaar op en neer over de Veghelse brug. “We zijn flink aan het trainen geslagen”, zegt Harrie. “We zijn vaak naar Berg en Dal geweest. Ook hebben we een aantal tochten in Sauerland en de Elzas gelopen.”<br />
Dan krijgen Harrie, Thea en Dorette te horen dat de georganiseerde sponsorreis voor Stichting Lucai in juni niet doorgaat, maar pas in september. Het drietal besluit op eigen initiatief naar de Mont Ventoux af te reizen. Ondanks dat ze er ontzettend zin in hebben is Thea nog wat voorzichtig. “Ik was bang dat het wat te hoog gegrepen was voor mij”, geeft ze toe. “Harrie zou het wel halen, dat is een echte sportman. Toen ik eenmaal bij de berg was begon ik er ook steeds meer in te geloven. Ik ging het sowieso proberen. Je bent hoe dan ook een ervaring rijker.”</p>
<p><strong>'Nat, koud en mistig'</strong><br />
Donderdag 16 juni vertrekt het drietal richting Zuid-Frankrijk. Eerst verkennen ze de berg en rijden ze met de auto naar de top. “Het was die dag erg nat, koud en mistig”, weet Harrie nog. “Je kon geen hand voor ogen zien. Toch gaf het zien van de top extra motivatie. We zijn op tijd naar bed gegaan om goed uitgerust aan de tocht te beginnen.”<br />
Een dag later is het weer honderdtachtig graden gedraaid. De zon staat stralend aan de hemel, terwijl Harrie en Thea aan de startstreep verschijnen. De route die ze af gaan leggen is 16,5 kilometer lang. Harrie: “We zijn om acht uur vertrokken. Om kwart over drie arriveerden we op de top van de Mont Ventoux. Dan ben je ontzettend blij dat je het gehaald hebt.”</p>
<p><strong>'Aparte berg'</strong><br />
Door het mooie weer was de top van de berg bijna constant zichtbaar. “Dat is je einddoel, daar ben je naartoe op weg”, vertelt Thea. “De Mont Ventoux is zo'n aparte berg. Het is eigenlijk net alsof je in een vliegtuig zit. Er is niks te zien. Dat komt ook omdat er geen ander gebergte in de buurt is. De Mont Ventoux ligt zo alleen. De omgeving bestaat bijna puur uit stenen. Her en der zie je wat bloemen bloeien. Je rook de lavendel al van ver. Zo mooi.”<br />
Toch is het ook oppassen geblazen. “Je moet goed opletten waar je je voeten neerzet”, gaat Thea verder. “Je loopt namelijk over grote stenen en rotsen. Normaal lopen we stevig door, maar die dag hebben we rustig aan gedaan. Al snel vonden we een tempo dat we lang vol konden houden. We zijn regelmatig gestopt om te rusten. Je komt onderweg niets tegen. Dus we hadden zelf eten en drinken meegenomen. Ook andere wandelaars tref je niet snel. Slechts twee keer hebben we iemand gezien. Pas als je de top nadert zie je andere mensen die vanaf boven komen om naar een kapelletje te kijken dat daar in de buurt staat.”</p>
<p><strong>'Genieten'</strong><br />
Op de route staat per kilometer een informatiebordje met de tot dan toe afgelegde afstand en hoe steil de helling is. “Doordat je omhoog gaat loop je wat voorovergebogen. Na een tijdje ga je je rug wel voelen. Onderweg loop je ook door kloven waar je amper doorheen past. Dat was soms wel wat lastig met de rugzak. Maar als je eenmaal boven bent geeft dat zo'n kick dat je alle pijntjes vergeet”, legt Harrie uit. “We hadden het ook wel ontzettend getroffen met het weer.”<br />
Het Zijtaartse echtpaar is dankbaar dat ze op hun leeftijd nog een dergelijke prestatie kunnen leveren, en daarbij ook nog iets voor anderen kunnen betekenen met de sponsoractie. “We genieten er nog steeds van.” Harrie en Thea sluiten niet uit dat ze de tocht nogmaals ondernemen. “Volgend jaar gaan er meer mensen mee. We willen het best nog een keer doen, mits onze gezondheid het toelaat. De eerste keer wordt echter nooit meer overtroffen. Als we het geluk hebben dat onze gesteldheid blijft zoals hij nu is, dan zit het er zeker in dat we nog een keer op de top van de Mont Ventoux staan.”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.kett.nl/?feed=rss2&amp;p=225</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zusters Franciscanessen van grote betekenis voor Veghel</title>
		<link>http://www.kett.nl/?p=218</link>
		<comments>http://www.kett.nl/?p=218#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 10 Oct 2011 12:47:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Arena Magazine]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kett.nl/?p=218</guid>
		<description><![CDATA[Naast de Sint-Lambertskerk in Veghel staat het klooster van de Zusters Franciscanessen. Het Rijksmonument uit de negentiende eeuw herinnert aan vroegere tijden. De bewoonsters van dit pand aan de Deken van Miertstraat waren voor een groot deel verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het Brabantse dorp. De geschiedenis gaat verder terug dan de bouw van het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-219" title="Zuster Franciscanessen." src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2012/04/Spread-klooster-Veghel.jpg" alt="" width="200" height="142" />Naast de Sint-Lambertskerk in Veghel staat het klooster van de Zusters Franciscanessen. Het Rijksmonument uit de negentiende eeuw herinnert aan vroegere tijden. De bewoonsters van dit pand aan de Deken van Miertstraat waren voor een groot deel verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het Brabantse dorp.</strong></p>
<p>De geschiedenis gaat verder terug dan de bouw van het klooster tussen 1869 en 1872. Deken Bernardinus Johannes van Miert, destijds pastoor van de Sint-Lambertskerk, wil rond 1843 graag zijn eigen onafhankelijke congregatie. Het Bisdom 's-Hertogenbosch geeft hier na veel verwikkelingen toestemming voor. De Veghelse pastoor vindt zijn nichtje - Teresia van Miert - en twee anderen bereid een eigen congregatie te stichten in Veghel. De drie vrouwen volgen de opleiding tot zuster in Roosendaal. In juni 1844 keren zij terug en richten in september onder leiding van monseigneur Joannes Zwijsen de kloostercongregatie van de Zusters Franciscanessen der Onbevlekte Ontvangenis van de Heilige Moeder Gods op.<span id="more-218"></span></p>
<p>Tegenwoordig wordt het klooster gerund door Stichting Teresia van Miert. De naar de oprichtster vernoemde organisatie zorgt ervoor dat de 115 zusters die nog in het klooster wonen een goede oude dag krijgen. “De congregatie is aan het afbouwen”, weet stichtingdirecteur Hans Verwegen. “De zusters hebben geen taken meer. De jongste is 64, de oudste wordt bijna 102. Eigenlijk zijn ze met pensioen. Hun hele leven hebben de zusters klaargestaan voor anderen, nu zorgen wij voor hen.”</p>
<p>De congregatie heeft de afgelopen anderhalve eeuw veel betekend voor Veghel. Verwegen onderschrijft dit. “Ik denk dat Veghel een groot deel van haar ontwikkeling te danken heeft aan de broeders en zusters in deze plaats”, stelt hij. “De pijlers van de Franciscanessen zijn onderwijs en zorg. Zowel het ziekenhuis als het bejaardenhuis is door hen gesticht. Verder lieten ze diverse scholen bouwen en leidden ze jonge meisjes op tot onderwijzers. Ook beschikten ze over een eigen wasserij en een grote groente- en fruittuin. Het klooster was grotendeels zelfvoorzienend en zorgde daarnaast voor veel werkgelegenheid. Door de jaren heen is de congregatie steeds verder uitgebouwd.”</p>
<p>Aan het begin van de twintigste eeuw trekken de zusters over onze landgrenzen en zetten missieposten op in de Filipijnen en Indonesië. Dat is zo'n groot succes dat die posten uitgroeien tot zelfstandige provincies, net als in Kenia. Ook in ons eigen land blijft de congregatie groeien met onder meer kloosters in Reek, Heesch en Uden. Ook het klooster in Veghel blijft uitbreiden. Verwegen: “Tijdens de Tweede Oorlog werd er een nieuw kapel gebouwd. Deze gebedsruimte was vlak voor het einde van de oorlog gereed, maar incasseerde nog een voltreffer. De schade is nog steeds zichtbaar. Momenteel is het klooster in Veghel het laatste huis voor de Nederlandse zusters.”</p>
<div id="attachment_222" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><a href="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2011/10/Binnenplaats.jpg"><img class="size-full wp-image-222" title="Binnenplaats" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2011/10/Binnenplaats.jpg" alt="" width="500" height="343" /></a><p class="wp-caption-text">Tijdens de Tweede Oorlog is de kapel flink verbouwd om meer ruimte te bieden aan de biddende zusters. Vlak voor het einde van de oorlog incasseert het nieuwe gebouw een voltreffer. De schade is nog steeds zichtbaar.</p></div>
<p>Achter het imposante klooster, dat momenteel wordt gerestaureerd, ligt een fraaie tuin van 3,5 hectare. Voorheen verbouwden de zusters daar groente, fruit en aardappelen om in hun eigen behoeften te voorzien. “Later is het meer een wandeltuin geworden”, vertelt Verwegen. “Een deel van de tuin is ook gebruikt om het ziekenhuis en de scholen te bouwen. Het ziekenhuis is inmiddels overgedragen aan de stichting die het beheert. De kweekschool is overgegaan naar de Pabo. Daar worden dus nog steeds mensen opgeleid tot onderwijzer.”</p>
<p>De tuin is niet vrij toegankelijk voor bezoekers. In het verleden, zo'n jaar of twaalf geleden, was de tuin wel opengesteld. “Er vond veel vandalisme plaats in de donkere hoekjes. Dat kostte ontzettend veel geld om elke keer de schade te repareren”, legt Verwegen uit. “Daarom is de tuin nu slechts beschikbaar voor de zusters, hun familie en het personeel. Een deel is ingericht als kerkhof voor onze overleden zusters. Die worden daar begraven, het is hun laatste rustplaats.”</p>
<div id="attachment_223" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><img class="size-full wp-image-223" title="Hertenman" src="http://www.kett.nl/wp-content/uploads/2011/10/Hertenman.jpg" alt="" width="500" height="329" /><p class="wp-caption-text">Ad Bloks verzorgt dagelijks de dieren in de tuin. Hij is zo vertrouwd met de beesten dat ze het brood bij hem uit de mond eten.</p></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.kett.nl/?feed=rss2&amp;p=218</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

